De bodem van Nederland bevat vaak sporen uit het verleden: zowel archeologische resten als niet-gesprongen explosieven. Deze twee invalshoeken - archeologie en explosievenopsporing - kruisen elkaar op veel bouw- en infraprojecten. Daarom is het belangrijk dat deze werkvelden afstemmen om zowel veiligheid als behoud van erfgoed te waarborgen.

In de vernieuwde ‘ Handreiking Samenloop archeologie en explosievenopsporing ’ (uitgegeven door SIKB) zijn ervaringen uit de praktijk verwerkt en de actuele wet- en regelgeving opgenomen.

De handreiking gaat in op de relevantiecriteria die bepalen of archeologie en explosievenopsporing gelijktijdig spelen. Ook worden de rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen helder uitgewerkt. Verder komen de wettelijke kaders aan bod, zoals de Erfgoedwet, de Omgevingswet en de specifieke regelgeving rondom opsporing van explosieven.

De handreiking biedt duidelijke richtlijnen en concrete instrumenten (zoals checklists, praktijkvoorbeelden en modules) voor verschillende doelgroepen -zoals gemeenten, archeologen én explosievenexperts - om samenloop van werkzaamheden te faciliteren.

Vanuit het werkveld - waarin onder meer vertegenwoordigers van de VEO, EVN, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en het Certificeringsinstituut voor de Gebiedsgerichte Aanpak (CGA) zitting hadden - is de expertise ingebracht en meegenomen. Hierdoor sluit de handreiking nauw aan bij de praktijk en de uitdagingen waarmee opsporingsbedrijven dagelijks te maken hebben.

Bijgevoegde documenten

Tijdens de Ledenvergadering op 20 juni 2023 hebben de leden van de Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) unaniem ingestemd met de Gedragscode OO.

Met de nieuwe Gedragscode OO conformeren de leden zich aan de standaarden die nodig zijn om de werkzaamheden rondom Vooronderzoek, Risicoanalyse en Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (OO) op een kwalitatief hoge en veilige wijze uit te voeren. De waarden professionaliteit, deskundigheid en integriteit zijn leidend geweest bij het opstellen van de Gedragscode OO.

Compliance Officer

De leden van de VEO hechter er aan dat de waarden zoals in de Gedragscode OO verwoord na te leven. Om deze naleving te borgen kunnen zij zich bij vermeende inbreuk wenden tot een Compliance Officer. Deze Compliance Offcer zal in september 2023 benoemd worden.

VEO

De Vereniging voor Explosieven Opsporing is dé branchevereniging voor bedrijven die CS-OOO en/of CS-VROO gecertificeerd zijn.

Bijgevoegde documenten

Op 16 september 2013 is door de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de Vereniging voor Explosieven Opsporing (VEO) een Gedragscode OCE en een Geschillenregeling OCE vastgesteld. In 2022 zijn de Gedragscode en de Geschillenregeling door het bestuur en de leden geëvalueerd.

Naar aanleiding van deze evaluatie is besloten de Geschillenregeling OCE in te trekken en de Gedragscode te actualiseren en uit te breiden met een klachtenprocedure.

Met betrekking tot de Geschillenregeling OCE is gebleken dat er tussen 2013 en 2022 geen gebruik van gemaakt is. Gelet op dit feit en vanwege de mogelijkheid om in geval van discussies en conflicten de certificatie-instelling, gemeente of Arbeidsinspectie NL te benaderen, past de Geschillenregeling OCE niet bij de huidige rol en positie van de VEO, waardoor de Geschillenregeling is ingetrokken.

De leden van de VEO hebben bij de evaluatie aangegeven onverminderd te hechten aan de waarden professionaliteit, deskundigheid en integriteit. Daarbij moet de mogelijk zijn elkaar hierop aan te spreken. Daarom is besloten de Gedragscode OCE uit te breiden met een artikel over een ‘klachtenprocedure’. Deze procedure dient als vervanging van de in 2013 vastgestelde Geschillenregeling OCE.

Uit de evaluatie van de Gedragscode OCE is gebleken dat deze op verschillende punten geactualiseerd dient te worden. Daarnaast krijgt de nieuwe klachtenprocedure een plaats in de Gedragscode OOO. Hierdoor wordt het belang van deze procedure gewaarborgd.

De nieuwe Gedragscode wordt in april 2023 aan de ALV van de VEO wordt voorgelegd. Na akkoord door de ALV treedt de nieuwe Gedragscode OOO in werking.

Op 1 januari 2021 is het CS-OOO in werking getreden. Het CS-OOO stelt geen specifieke eisen aan de inzet van beveiligd materiaal. Dat is een wijziging ten opzichte van het WSCS-OCE. Uit de paragrafen van het CS-OOO volgt dat het opsporingsbedrijf dat zelf dient te bepalen in de werkvoorbereiding en dat dit wordt beschreven in het projectwerkplan.

Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van VEO, Rijkswaterstaat en TNO heeft een richtlijn opgesteld voor de inzet van beveiligd materieel bij de opsporing van ontplofbare oorlogsresten. De richtlijn is aangeboden aan het CCvD-OO. De ledenvergadering van VEO heeft besloten dat leden deze richtlijn gaan toepassen.

Bijgevoegde documenten

Het detecteren is een belangrijke stap in het opsporingsproces en het veilig kunnen vrijgeven van het verdachte gebied. In het Certificatieschema opsporen ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO) worden eisen gesteld aan de validatie van detectieapparatuur. In de Overleggroep opdrachtgever- en opdrachtnemerschap is de wens geuit om meer uniformiteit te krijgen in de wijze waarop bedrijven de validatie uitvoeren. Daarom is de handreiking opgesteld, waarin de eisen uit het CS-OOO verder worden uitgewerkt.

De handreiking kan door gecertificeerde opsporingsbedrijven worden gebruikt voor de validatie. Opdrachtgevers kunnen in werkaanvragen, bestekken en contractdocumenten verwijzen naar de handreiking. Ook kunnen opdrachtgevers voor de uitvoering van projecten de validatie opvragen en aan de handreiking toetsen.

De ledenvergadering van VEO heeft besloten dat leden bij het uitvoeren van de validatie rekening houden met de handreiking. Tevens zijn de volgende vervolgacties afgesproken:

Bijgevoegde documenten

Als opdrachtgever in de grond-, weg- en waterbouw speelt RWS een belangrijke rol in de veilige omgang met Ontplofbare Oorlogsresten (OO). In het 'Kader Ontplofbare Oorlogsresten (land)' wordt uiteengezet hoe RWS omgaat met OO in projecten op land en in de binnenwateren.

Het kader van RWS heeft de volgende doelstellingen:

Het 'Kader Ontplofbare Oorlogsresten (land)' (januari 2021) vervangt het 'Kader Conventionele Explosieven' (december 2014).

Bijgevoegde documenten

Zoals bekend zijn de besteksbepalingen Opsporen van ontplofbare oorlogsresten door het CROW opgenomen in hoofdstuk 16 van de Standaard RAW Bepalingen 2020. Zie voor meer informatie www.raw.nl of www.crow.nl. Helaas is er in de gepubliceerde versie van de Standaard RAW een aantal storende onjuistheden terechtgekomen. Deze zijn door CROW gecorrigeerd in de Errata Standaard RAW Bepalingen 2020.

De Overleggroep opdrachtgever- en opdrachtnemerschap OO heeft een tekstvoorstel risicobeheersing ontplofbare oorlogsresten UAV-GC opgesteld. Het betreft een modeltekst die kan dienen voor UAV-GC contracten waar ook het risico van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten speelt. Dit is een vervolg op het initiatief van enkele jaren geleden om Besteksbepalingen OO te ontwikkelen, die inmiddels zijn opgenomen in de Standaard RAW. De overleggroep bestaat uit vertegenwoordigers van Gemeente Rotterdam, Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Arcadis en enkele leden van VEO. Bekijk hier de concepttekst. U kunt tot 1 maart 2021 uw reactie op het tekstvoorstel mailen naar info@explosievenopsporing.nl.

Bijgevoegde documenten

Er komt een landelijk kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. In een brief aan de Tweede Kamer laat minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) weten verheugd te zijn dat 75 jaar na de bevrijding van ons land deze belangrijke stap wordt gezet.

De eerste stappen om tot oprichting van dit KCE te komen zijn al gezet in 2017. Toen is de Werkgroep afwegingskader en kenniscentrum CE door BZK ingesteld, die over het KCE advies heeft uitgebracht aan de Minister. VEO was daar bij betrokken.

Het KCE wordt opgericht en beheerd door Rijkswaterstaat, in opdracht van het Ministerie van het Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Rijkswaterstaat is hiervoor gevraagd vanwege de specifieke ervaring met het opzetten en faciliteren van kenniscentra in het domein van de fysieke leefomgeving. Het kenniscentrum zal naar verwachting in het voorjaar van 2021 operationeel zijn, in eerste instantie voor een periode van vier jaar. Daarna vindt een evaluatie plaats.

Meer info: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/12/10/kenniscentrum-over-explosieven-tweede-wereldoorlog-in-oprichting